HOLIDAY IN THE GAMBIA

You’ve had it with Spain or the Canary Islands? Why not book a trip to The Gambia then: one week all inclusive for 284 euros. Relaxing on the smiling coast of Africa, without a jetlag. A bargain, but truly one for the enthusiasts.

Me and journalist Ellen Bokkinga booked the same bargain deal to experience this holiday. Read our report below.

 

HOLIDAY IN THE GAMBIA

The Gambia. Op zes uurtjes vliegen, ligt dit ‘anders dan anders’ vakantieland. Zonder jetlag lekker uitrusten aan de smiling coast van Afrika. Maar de prijspakker is voor de liefhebber. ‘Je wordt gedropt in een derdewereldland met een stukje strand voor de deur.'

Tekst: Ellen Bokkinga 

 
 

What’s your name? Where do you go? Can I go with you? Need anything? Geen toerist in Gambia kijkt meer op van dit soort vragen. Direct bij de poort van het hotel staan ze, de snelle jongens die een praatje maken met de westerlingen. You're smile is my happiness. 

In rap tempo volgen de verkoop-oneliners: de batikfabriek bezoeken van een oom, een spirituele ervaring ondergaan met een grootvader (de amulet wordt alvast om je nek gehangen), Gambiaanse kunst kijken bij vrienden, eten bij dat ene speciale lokale restaurantje of simpelweg een autorit in de buurt.

Een groep van twaalf Nederlandse toeristen rijdt vandaag in een hoge djeep met rieten dak de verkopers voorbij. Zij gaan op excursie met African Adventure Tours. Weg van het toeristische gedeelte bij het strand. For the real Gambian experience, zoals in de brochure staat.

‘Je komt hier toch om wat van het land te zien,’ zegt Mariah uit Oegstgeest, bruine teint, goedlachs, vlechtjes in het haar. ‘Ik wil de sfeer proeven, praten met de lokale bevolking. Dat je íets van Afrika begrijpt.

Robert-Jan, haar vriend: ‘Waarom Gambia? Wij wilden gewoon een weekje weg. Op avontuur. Naar een wereld die je niet kent. Ga je naar de Canarische Eilanden, dan is alles zoals thuis. En de reis kost natuurlijk niet veel: rond de 375 euro voor 8 dagen. En je zit toch in Afrika.’

LIEVE MENSEN

Gambia is het kleinste land op het Afrikaanse vasteland. Een smalle strook land van 250 kilometer lang en tientallen kilometer breed, langs de rivier The Gambia.

Slechts op zes uurtjes vliegen van Nederland – zonder jetlag, want 2 uur tijdverschil - ligt dit ‘anders dan anders’ vakantieland. Oftewel: oneindig veel MB’s met rechtoplopende, licht schommelende vrouwen met verkoopwaar op hun hoofd, stoffige wegen, loslopend vee, lokale café’tjes vol fotogenieke mensen, houten wagens met trekkende ezels en altijd een trommel in de buurt.

Dat Afrikaanse decor trekt ook langzaam voorbij vanuit de djeep, die op een verharde weg rijdt met zóveel gaten dat auto’s en bestelbusjes als schepen heen en weer gaan. De markt van Serekunda is de eerste stop van vandaag.

Mariah aka rasta lady (‘die vlechtjes heb ik bij het hotel laten doen’) kijkt haar ogen uit. In Bangkok en Indonesië heeft ze ook markten gezien, maar dit is wel heel chaotisch. En die kakofonie van stemmen!

De gids houdt het tempo er vlot in. Het wordt drukker en steeds krapper. Ritmisch slalommen tussen kruiers met karretjes en fanatieke kopers in een oneindig doolhof van steegjes en straatjes. Links en rechts juten zakken met bekende en onbekende korreltjes, fladderende dieren klaar voor de slacht, nep merkartikelen en groente en fruit.

Mariah heeft ‘dubbele gevoelens’ over haar vakantie in Gambia; 'In Thailand had ik dat zwart-wit gevoel niet. Daar zijn Europeesachtige mensen, overal verharde wegen en elektriciteit. Hier is niets, zelfs geen riolering.’ Hoe omschrijft zij Gambia? ‘Een onderontwikkeld land met lieve mensen, lekker eten, gastvrij. Erg leuk om mee te maken, ik zou het zeker aanbevelen.'

DISCUSSIE

Als Mariah weer in de djeep stapt, is het druk. De toubabs (‘rijke blanken’) staan in de belangstelling. Niemand heeft wat gekocht, daar ging de tour over de markt eigenlijk wat te snel voor. Dirk, een Brabander met zuidelijke tongval merkt op dat de kinderen knap brutaal zijn. ‘En het volk ook. Al vraag je beleefd dat je alleen wilt zijn, dat je niets wilt kopen, ze blijven aan je klitten. Hinderlijk vind ik dat’. Reiziger Robert reageert daar kalm op: ‘Ze zijn niet brutaal. Ze zien onze rijkdom.’ Dick: ‘Nou, ik vind dat anders behoorlijk opdringerig om ons geld te ontfutselen.’ Robert: ‘Je kunt ook zeggen dat ze willen meegenieten van alles wat wij hebben. In hun ogen zijn wij hartstikke rijk. Wij geven in één avond twee maandsalarissen uit.’ Dick: ‘Ik zeg ook niet dat het verkeerd is, maar ze pakken wat ze kunnen pakken.’ Robert: ‘Het is gewoon aandacht. Niet voor niets willen ze e-mailadressen uitwisselen, om contact te maken. Dick: ‘Maar daarom hoeven ze niet zo brutaal te zijn.’ 


Einde discussie. De tegenstrijdige gevoelens van toeristen in een notendop. Volgens  reisleidster Liane - die werkt bij de reisleider met de meeste Nederlandse pakketreizen naar Gambia - een veelgehoorde conversatie. ‘Er is een avontuurlijke groep die zich goed voorbereid, weet dat Gambia een derdewereldland is en grapt met de opdringerige Afrikanen. Die prikken er doorheen. Toeristen die een tweede Spanje verwachten, zijn er niet van gediend. Want Gambia is dan wel ingesteld op toerisme, het is geen middellandse zeebestemming. ‘Oh leuk, palmbomen en strand. Dan gaan we’s avonds langs de boulevard lopen. Als je dat denkt, weet je niet waar je bent. Raak je teleurgesteld. Een boulevard bestaat hier niet!’Nog even over de jonge Afrikanen die op toeristen afkomen, - de hustlers of bumsters. ‘Die zijn soms wat agressief in hun benadering. Hebben een enorme honger naar de Westerse wereld, willen daarvan profiteren. De authentieke Gambiaan in het binnenland is vriendelijk, kijkt niet met een scheef oog naar de rijkdom. Ga je op pad, weg van je hotel, dan kom je daarmee in aanraking. En dat is een prachtervaring. Niet voor niets zijn er toeristen die steeds terugkomen, soms wel tien keer.'

Dick wil de discussie van daarnet even toelichten. Hij was hier vier jaar geleden ook. 

De sfeer is er niet leuker op geworden. ‘Vooral in het toeristische gedeelte zijn Gambianen verwend, hebben teveel rijkdom gezien. Hoe ze gekleed gaan! Een paar jaar geleden liepen meisjes in gewaden, nu in topjes alsof ze naar de disco gaan. Bood je voorheen een t-shirt aan, kreeg je leuke reacties. Nu rook iemand er aan, gaf het terug.’

Ook gaat Gambia volgens Dick ‘Thailand achterna’. ‘Als je op straat loopt, krijg je dames aangeboden. Dat was 4 jaar geleden taboe. Je zag wel oudere dames met donkere loverboys; nu lopen blanke mannen met Afrikaanse meisjes over straat. Een Gambiaan sprak mij aan. Hij kon voor meisjes zorgen van 16 tot 20 jaar. Voor een hele nacht 50 euro met kamer. Ongelooflijk

SCHOOLTJE

Inmiddels rijdt de djeep over een vlak, dor landschap met palmbomen. Langs de kant van de weg overal handel. Op kartonnen dozen liggen sigaretten, groente of fruit. De gids - in vrolijk Hawaï-blouse met brede glimlach - vertelt met passie over Republic of The Gambia. Dat Gambia geen 'wild' bestemming is, zoals Kenia, Zimbabwe of Tanzania, maar wel een paradijs voor (roof)vogelliefhebbers; er zijn 450 vogelsoorten. Dat het droge seizoen van half september is tot eind mei, het regenseizoen van juni tot half september. En dat de gemiddelde levensverwachting 53 jaar is.

‘Moet je kijken’, zegt Wil  tegen haar man Dolf. ‘Je ziet alleen maar vrouwen langs de kant van de weg iets verkopen of werken op het land. Enorme spierballen hebben ze. Wat doen mannen hier? Met sportkleding op de markt staan? Ach, misschien hebben ze het te druk, omdat ze meerdere vrouwen hebben...’

Voor het eerst is Wil in Gambia. Even een weekje ertussenuit. Nieuwsgierig is ze en compleet ‘open’ treedt ze de Afrikanen tegemoet. Een auto’tje huren zat er helaas niet in (‘de slechte wegen en qua verzekering is het niet te doen’), maar lekker wandelen, een duik in het zwembad en contact met de bevolking is voldoende. En dat blanke velletje voelt ze niet. ‘Komt omdat ik djembee speel, dan voel ik mij écht een beetje Afrikaan.’

De toeroperator had 8 vakantiedagen aangeraden, dat zou genoeg zijn. ‘Maar het achterland is zo ‘echt’ en bijzonder, ik wil veel langer rondlopen en ontdekken. Oh kijk, we gaan naar een schooltje!'

Ergens midden in een dorpje met zandwegen, stapt iedereen uit bij een stenen gebouwtje, omgeven door lage, witte muren. Kinderen in blauw-witte schooluniformen staren nieuwsgierig uit de raamopeningen. Na een welkomstliedje, een handklapspelletjes en verlegen glimlachen staan we binnen. 


In het schooltje is het donker. De stoelen en tafeltjes – van een Nederlandse school – staan dicht op elkaar. Nadat de directeur het schoolsysteem uitlegt en vooral benadrukt waaraan gebrek is, loopt iedereen rond.

De kids dralen om de groep. Een meisje probeert de sproeten van de arm van Wil te ‘poetsen’. Bekijkt de aders op haar voet. Volgt de ader bijna naar haar kruis om te kijken waar het eindpunt is. Armen omhoog om te zien of daar nog wat zit. Alle kinderen gieren het uit.

ARMOEDE

Jolanda, een kleine vrouw van Indonesische afkomst, loopt een beetje bedremmeld bij het schooltje rond. Wat is er? ‘Oh, mij maag draait om, al die kindjes. Wil ze allemaal meenemen. Ze zijn zo afhankelijk van de toeristen. Dat doet mij wat. Op de markt ook. Mijn moeder zou daar maar staan met spulletjes om haar dagelijkse kostje bij elkaar te schrapen.’ Ze vertelt over haar roots in Indonesië, 35 jaar geleden. Precies dezelfde situatie als Gambia. ‘Nu kent Indonesië supermarkten. Lokale markten zijn er wel, maar mensen hoeven niet 3 keer per dag daarheen om geld te verdienen.'

Eerder ging Jolanda op vakantie naar Egypte en Azië, maar Gambia is ‘het ergste qua armoede tot nu toe’. Waarom toch Gambia als vakantiebestemming? ‘Ik heb mij er niet in verdiept, anders was mijn keuze hier niet op gevallen. We wilden naar Kenia, maar daar is extreme droogte.

Maar Gambia... hoe kan ik het zeggen zonder dat het fout overkomt? ‘Cultuur snuiven’ voelt niet als een verrijking. Je bent niet ontspannen, kunt niet spontaan zijn, omdat je zo overduidelijk rijk bent.'

We vertrekken. Nog lang kijkt Jolanda om naar het schooltje, met een stofwolk achter de hoge djeep. Een sliert kinderen rent lang mee. ‘Nou weet je waarom die lui zo goed de marathon kunnen lopen’, zegt Dick. Zuinige glimlachjes om de mond van de overige toeristen. 

LIEFDADIGHEID

‘Het klinkt misschien toeristisch om met een 4x4 djeep de bush in te gaan, maar je ziet veel van het land’, zegt Robert. ‘Soms heb ik gewoon het idee dat ik televisie zit te kijken.’ Gambia noemt hij ‘risicoloos op avontuur gaan’. ‘Iedereen spreekt engels, is aardig, het is veilig en altijd een taxi in de buurt voor vervoer. Als je Gambia aan kunt, kun je heel Afrika aan.’ Robert: ‘Helaas zijn er ook toeristen die veel willen voor weinig geld. Vakantievieren voor een paar honderd euro en voor de rest zoeken Afrikanen het maar uit. Terwijl je best iets aan liefdadigheid kunt doen.' 

Daarom opent hij morgen een bankrekening voor een gezin. Het contact voelde goed na een aantal ontmoetingen. ‘Nu kunnen twee kinderen naar school. Gelukkig hoor ik meerdere initiatieven van Nederlanders: geld doneren aan scholen, maandelijks geld storten of ter plekke een aantal balen rijst kopen. Logisch, een paar euro kan iedereen missen.'

Moet prijspakker Gambia een ander imago krijgen? ‘Vanuit Nederlandse toeroperators hoef je dat niet te verwachten, die willen succes op korte termijn. En de Toeristenboard in Gambia is onderontwikkeld, zetten niet zelf een marketingbeleid op poten. Dus worden ze afhankelijk van die 299 euro aanbieding.'

Reisleidster Liane reageert op deze opmerking. ‘Ben je een prijspakker of gewoon prijsbewust als je goedkoop op vakantie gaat? Ook in de reiswereld geldt een marktwerking, je moet scherp geprijsd zijn. Maar het is niet zo zwart-wit; er bestaan diverse prijsklassen. In het hoogseizoen bijvoorbeeld of de duurdere hotels. Hoe dan ook, Gambia is een succes.‘

Cijfers van het ANVR illustreren dat steeds meer Nederlanders op vakantie gaan naar Gambia. Boekten in 2003 nog 10.511 toeristen een pakketreis, in 2005 verdubbelden dit aantal naar 19.064. Trouwens: ‘Een toeroperator heeft geen invloed op een imago van een land, speelt alleen in op de verwachtingen van de klant.’

Over imago gesproken. Jammer vindt Liane het dat Gambia vaak in het nieuws komt als land van sekstoerisme, van blonde vrouwen die een mooie donkere man scoren op het strand. ‘Dat gebeurt, maar op dezelfde schaal als Nederland blowt. Ik bedoel te zeggen: Nederland staat bekend als drugsland, maar niet iederéén gebruikt drugs. Gambia is een fantastisch vakantieland, maar wél voor de liefhebber.' 


COMPOUND

Terug naar de excursie. Een traditioneel Afrikaanse woninggemeenschap (compound) bezoeken, is een vast onderdeel van de toeristenkaravaan. Op het terrein staan drie stenen gebouwen, met een schuin zinkplaten dak, omgeven door bomen. ‘Goh, er staan bedden in de kamers’. Het verbaast Mariah. ‘Je zou toch verwachten dat ze op de grond slapen.'

Jongeren buiten het hek van de compound zwaaien met witte stukjes papier. Hierop e-mailadressen, telefoonnummers en een verhaaltje, met altijd een charitatieve bedoeling. Gejaagde blik in hun ogen - het zàl een keer lukken om contact te maken.

Binnen het compound loopt één jongen erbij als hiphopper, op zijn minst opvallend tussen de met batikstof geklede Afrikanen. Van hem kreeg vakantieganger Ruud een verzoek of hij zich wilde inschrijven voor een sponsorloterij. Na doorvragen, kwam zijn werkelijke bedoeling naar voren: geld voor de bouw van zijn boerderij. ‘Ach, ze proberen het gewoon. Ik ben zo’n dure jongen met een videocamera om mijn nek; dit is armoede. Maar ik vind het vervelend om hun leven te filmen en thuis onder het genot van een krat bier aan vrienden te laten zien.’

 

Ruud: ‘Ik hoor mensen zeggen: “leuk hè, zo’n compound bekijken”. Maar het is helemaal niet ‘leuk’. Als ik naar Griekenland of Spanje ga, is het leuk. Geniet ik van uitstapjes. In Gambia profiteer ik van andermans ellende, verblijf ik in een luxe hotelcomplex, terwijl zij buiten verrekken van de armoede.'

Marijke, de vrouw van Ruud, heeft niets in Gambia gevonden wat ze ‘mooi’ vindt. ‘Maar dat was niet mijn verwachting, we wilden uitrusten. Dat lukt, want na tienen houdt het een beetje op.’ Haar vooroordeel is bevestigd: ‘Je wordt gedropt in een derdewereldland met een stukje strand voor de deur. Een klein stukje is toeristisch gemaakt, de rest niet. Maar er zijn genoeg mensen die het leuk vinden.’

VIS

Het einde nadert van het dagje Gambia. De excursie zapt nog wat door Afrikaanse gewoonten: palmwijn drinken (90 procent alcohol), batik maken en leren afdingen bij een standje met houten beeldjes. Climax is het Tanji Fishing Center. De ‘visafslag’ waar honderden vrouwen vis binnen halen van de vissersboten. Een openlucht visfabriek zonder einde. Robert-Jan: ’Dit is toch top? Helemaal back to basic. Hier is het ooit om begonnen: niet méér vis uit de zee halen dan nodig. Wij vissen de Noordzee leeg en gaan een deurtje verder. 

Zie je die moderne loods daar? Van de Japanners. Die vissen hier de boel kaal. Maar zo heeft de schepper het niet bedoeld!' Robert-Jan is opgegroeid in de tropen en kijkt anders tegen de Gambianen aan dan de gemiddelde toerist. ‘Ze zijn niet arm of ongelukkig, hun ijzersterke geloof houdt hen overeind, er is een sterk familiegevoel. Alleen de buitenstaanders komen op een verkeerde manier aan geld, willen naar Europa. Daar stranden ze, komen terug met euro’s en zijn hier de grote jongen voor een paar maanden. Dan begint het opnieuw. Zo is het, de autochtonen hebben mij dat verteld.'

Realiseren toeristen zich vooraf waar ze terecht komen? Liane: ‘Dat is aan de mensen zelf en aan de reisagenten die reizen verkopen. Er is genoeg informatie te vinden en ter plaatste verduidelijkt onze uitgebreide meeting bij het hotel de rest. ‘

Volgens Liane wordt Gambia geen massatoerisme-bestemming.  ‘Het land zit in beginfase van de ontwikkeling. Toerisme is een belangrijke inkomstenbron, maar er zijn simpelweg niet genoeg hotels. Het blijft Afrika. Zo is het ook beter. Heb je Turkije en de Canarische Eilanden gezien? In Gambia ga je opnieuw op ontdekkingsreis. Het wordt een onvergetelijke vakantie-ervaring.'